Welke dieren kom je onderweg tegen?

Als de lange, koude Scandinavische winter aanbreekt graven dieren zich in voor een winterslaap of ze zijn inmiddels weggetrokken naar het warmere zuiden. Andere dieren blijven, en die kun je onderweg tegenkomen. Ook zijn er veel diersporen in de sneeuw te vinden.

Hier lopen we langs de sporen van een sneeuwhaas. Later op de dag zagen we er één, maar deze weigerde te poseren voor de camera.

Wat een vreemde diersporen! Een beest met grote klauwen? Nee, dit zijn de afdrukken van de vleugelslag van een opvliegend alpensneeuwhoen.

Hier heb je de eigenaar van de vleugels. Het alpensneeuwhoen vind je veel in gebieden rond de boomgrens, maar ook op de barre hoogvlaktes tref je ze aan, vaak in kleine groepen. Dit hoen dat zo groot is als een flinke duif en er ook ongeveer zo uitziet, is in de winter bijna helemaal wit, op een donker stukje van de staart na. Door deze schutkleur is het eenvoudig ze te missen als ze stilzitten. Vooral rond de schemering laten ze hun typische geluid horen. Ze worden veel bejaagd. In natuurgebieden waar dit niet toegestaan is, zijn ze dan ook het talrijkst.

Meer gevederde vriendjes. Dit is een matkop, een klein meesje, dat op een vetbolletje afkomt dat bij een hut opgehangen is.

Een sneeuwgors is onder de vetbol in de sneeuw naarstig op zoek naar wat eetbaars.

Een kleine blote mensenvoet met lange klauwen, zo lijkt het wel: de achterpootafdruk van een veelvraat. Dit soort sporen kom je vaak tegen, maar het beest zelf is tamelijk onzichtbaar. Het roofdier is zo groot als een hond en lijkt enigszins op een kleine beer met een lange staart (maar is geen familie van de beer). De veelvraat kan tientallen kilometers per dag afleggen in zijn enorme territorium. Het dier woont in de bossen, maar steekt ook gerust bergpassen over.

Dit dier vind je vaak in en langs de winterroutes: de husky. Deze enthousiaste beesten worden ingezet om sledetochten te maken en kunnen tientallen kilometers per dag afleggen. ’s Nachts slapen ze buiten en ze kunnen tijdens een sneeuwstorm helemaal overdekt worden met een laag verse sneeuw. Hun vacht isoleert zó goed dat deze sneeuw niet smelt.

Een ander cultuurdier: het rendier. Hoewel de grote kuddes rendieren die ’s zomers de toendra bevolken in het najaar door hun eigenaars worden opgehaald en naar de beschutte, lagergelegen bossen worden gebracht om te overwinteren, blijven er altijd wel een paar over in de bergen. Deze taaie dieren graven in de sneeuw naar hun voedsel, korstmos. Alleen in enkele natuurgebieden in Zuid-Noorwegen komen nog echt wilde rendieren voor.

Een lemming! Deze kleine diertjes zie je soms in de winter. Normaliter leven ze in gangenstelsels onder de sneeuw, maar soms komt er één tevoorschijn.

Het lijken wel chocolade eitjes: de uitwerpselen van de eland. Deze vind je regelmatig en zijn duidelijk groter dan de keutels van het rendier.

Dit zijn geen skisporen maar elandsporen! In de diepe sneeuw zakken deze dieren ver weg. Ze maken grote gaten met hun hoeven en geulen met hun poten.

En hier zijn de elanden zelf. Een duidelijk grotere en minder slanke verschijning dan het rendier. Het zijn forse beesten, ter grootte van een flink paard, met een opvallende, paardachtige kop. Ze leven ’s winters in beschutte gebieden, in de bossen, maar ook op de toendra kun je ze aantreffen. Alleen de mannetjes hebben een gewei. Tijdens een tocht kom je ze zelden tegen: je hebt de grootste kans om een eland te spotten vanuit bus of trein.

Dan nog een spoor dat niet iedereen hoopt tegen te komen: dat van de bruine beer. De beer houdt een winterslaap en ontwaakt rond Pasen. De Europese bruine beer is een zeer schuw beest dat in principe ongevaarlijk is voor mensen. Hier troffen we een zeldzame pootafdruk in een ongewoon warme periode in maart, midden in een natuurreservaat, ver van de reguliere winterroute.

Muskusossen komen in de winter op één plek voor, in het Noorse Dovrefjell. In dit uitgestrekte gebied leven enkele honderden muskusossen. Ze zijn daar vanuit Groenland uitgezet in de jaren dertig van de twintigste eeuw. De muskusos is familie van de geit. Het is een fors beest met een lange vacht. Houd tenminste tweehonderd meter afstand tot een muskusos. Deze dieren kunnen aanvallen als ze zich bedreigd voeren, en een aanval kan dodelijk zijn.

Benader de dieren niet

Wil je een mooie foto maken van een dier dat je ziet? Neem een goede camera mee met zoomlens. Benader de dieren niet. Het is tamelijk zinloos: al deze dieren zijn tamelijk schuw en ze slaan snel op de vlucht. Weet bovendien dat de winter een zwaar seizoen is voor de dieren. Het vluchten voor een enthousiaste fotograaf kost ze veel energie die ze ook nodig hebben om te kunnen overleven.

Welke dieren ben jij onderweg tegengekomen of hoop je nog tegen te komen? Laat het ons weten!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s