Drama in de Zweedse fjäll: Het Anarisongeval

In 2019 maakte Toerlanglauftochten.nl een tocht in de bergen van Jämtland, een prachtig gebied in Midden-Zweden. Het was een ruige tocht met veel harde wind en verse sneeuw. In de hut Lunndörrsstugan hadden we een rustdag. Daar vertelde de huttenwacht over het Anarisongeval, zo’n 40 jaar geleden. Op een paar kilometer van de hut zijn toen acht mensen in ijskoude condities gestorven. Het is de grootste ramp die ooit in de Zweedse fjäll is gebeurd. Het verhaal maakt nog maar weer eens duidelijk hoe snel het weer in de bergen kan omslaan en hoe belangrijk het is om goed voorbereid op pad te gaan.

langlaufen in zweden
Anaris, de hut die nooit bereikt werd.

Een mooie winterdag

langlaufen in zweden
De omgeving van de hut Lunndörr.

De winterdag begint mooi in de bergen van Jämtland op donderdag 23 februari 1978. Het weer is helder met een lichte zuidelijke wind en een temperatuur van -16 graden. Vanaf de Lunndörrstugan trekken meerdere groepen het witte berglandschap in. Een groep van zes gaat op weg naar de Anarisstugan. Ze smeren boterhammen en schenken rozenbottelsap in thermosflessen voor de 14 kilometer lange skitocht van die dag.

De groep komt uit Växjö en maakt deel uit van een vakantiereis die wordt georganiseerd door de plaatselijke geheelonthoudersvereniging. De zes, twee 17-jarige meisjes en vier mannen tussen 22 en 37 jaar, maken een driedaagse tocht. De reis begon de dag ervoor in Vålådalen en zal, na een nacht in de Anarisstugan, eindigen in Höglekardalen. Geen van hen heeft veel bergervaring, maar in de rugzakken zitten warme kleding en slaapzakken en een gehuurde veiligheidsuitrusting met bothy’s, sneeuwscheppen en radiozenders.

Tegelijkertijd vertrekken drie andere mannen vanaf de Lunndörrsstugan. Ze gaan op pad voor een dagtocht en zijn licht bepakt. Als ze bij de hut afscheid nemen van de anderen, weten ze nog niet dat ze elkaar later op de dag weer zullen ontmoeten, maar dan in een vliegende sneeuwstorm.

langlaufen in zweden
De hut Lunndörr is nog steeds een populaire winterbestemming.

Het is rond half negen als de groep uit Växjö via de winterroute op weg gaat richting Hällådalen. Na de donkere wintermaanden komt het daglicht weer terug. Er is voor die dag geen weersverandering voorspeld. Wat beide groepen niet weten is dat er een depressie nadert vanaf de Noordzee. De luchtdrukverschillen zullen later die dag een storm in de fjäll veroorzaken. De tocht begint met een paar kilometer klimmen, het is dan nog steeds prima weer. Een van de jongere deelnemers wordt moe en de eerste uren worden veel pauzes genomen.

Het weer slaat om

Geleidelijk komt er stuifsneeuw opzetten. Midden op de dag, als de groep van zes ongeveer éénderde van de etappe heeft afgelegd, neemt de wind ineens flink toe. Een ijzige bries rolt de berghellingen af en het begint licht te sneeuwen. De wind neemt toe tot kracht 9 en de temperatuur zakt naar -20 graden. Bij een aantal deelnemers ontstaan bevriezingsverschijnselen op oren en wangen.

Schuilen

De groep zit in een dal ten oosten van de berg Stor-Gröngumpen en besluit beschutting te zoeken. De bothy’s worden uit de rugzak gehaald, maar ze worden niet lang gebruikt. Het zicht is slecht en het sneeuwdek is dun, maar uiteindelijk weten ze een sneeuwhol in een beekdal te graven, een dak wordt geconstrueerd met de ski’s en daaroverheen een bothy en sneeuwblokken. Als ze in de krappe schuilplaats zitten, verschijnt de andere groep van drie. De kleine schuilplaats zit met zeven mensen al snel vol, twee mensen moeten buiten in een bothy schuilen. De groep probeert herhaaldelijk alarm te slaan met de radiozenders, maar dat lukt niet.

De situatie verslechtert

Uren gaan voorbij, de storm blijft gieren. Dan waait het dak van de schuilplaats. Een van de mannen uit Växjö gaat de sneeuwstorm in en een ander probeert hem te redden. Hij slaagt er echter niet meer in om bij de schuilplaats terug te komen, maar zoekt beschutting achter een rots en probeert te bewegen om warm te blijven.

Alarm

De storm gaat de volgende dag door. Pas op de ochtend van de derde dag, zaterdag 25 februari, neemt de storm af. Dan zijn de meeste leden van de groep overleden, ingepakt door de sneeuw. Alleen de 22-jarige Christer Almqvist uit Växjö, die buiten het bivak in beweging is gebleven, is nog bij bewustzijn. Met bevroren en bloedende handen probeert hij twee mensen uit te graven die nog tekenen van leven vertonen. Hij vecht zich later die dag terug naar Lunndörrsstugan en ontmoet enkele ijsvissers die alarm slaan.

De bergreddingsdienst komt in actie

Foto: Mittmedia

Een van de medewerkers van de bergreddingsdienst die bij de reddingsoperatie betrokken was, is John-Erik Olofsson uit Vålådalen. De nu 88-jarige vertelt: “Het alarmsignaal kwam om 16 uur binnen. We wisten niet wat er aan de hand was, behalve dat het een tragisch bergongeval was. Een helikopter had de drie overlevenden al opgepikt. De twee in de ergste toestand stierven op weg naar het ziekenhuis. Alleen Christer Almqvist overleeft het, maar later moeten zijn bevroren voeten en vingers geamputeerd worden.”

John-Erik Olofsson vertelt hoe de bergreddingswerkers met sneeuwscooters op de plaats van het ongeval aankwamen. “Het was een vreselijke aanblik, de bevroren lichamen.” De herinnering doet hem nog steeds pijn. Hij beschrijft dat de slachtoffers hun warme kleren niet hadden aangetrokken en ook niet in hun slaapzakken waren gekropen. Thermosflessen en eten zaten nog in de rugzak, onaangeroerd.

Onderkoeling

Foto: Turist

“Als je het zo koud krijgt, voel je de kou niet meer, maar voel je je warm en doe je je kleren uit,” legt John-Erik uit. Hij benadrukt het belang van het tijdig binnenkrijgen van energie in de vorm van voedsel zoals noten en chocolade om goede beslissingen te kunnen nemen. Onderkoeling treedt op als de lichaamstemperatuur onder de 35 graden zakt en beïnvloedt zowel de lichaamsfuncties als het vermogen van de hersenen om helder na te denken.

John-Erik denkt dat een van de redenen dat de mensen zo snel zijn afgekoeld, was dat ze tijdens de tocht te veel kleding aan hadden en bezweet raakten op weg naar boven. “Toen ze stopten, zorgde de vochtige kleding voor het dalen van de lichaamstemperatuur. De eenvoudige schuilplaats die ze in het beekdal hadden gebouwd, werd maar met een halve meter sneeuw bedekt. Dat bood niet voldoende isolatie om warm te blijven. De groepsleden zagen een vier meter hoge sneeuwwand vlak in de buurt over het hoofd, waarin ze gemakkelijker een goed sneeuwhol hadden kunnen graven.”

Falende radiozenders

Dat de politie niet al op vrijdag met zoeken begon, toen de groep vermist werd in Höglekardalen, is te wijten aan het feit dat de politie vertrouwde op het noodpakket met radiozenders dat de deelnemers bij zich hadden. Achteraf bleek dat de frequentie verstoord was, waardoor de oproepen niemand bereikten, dat slechts één van de apparaten werkte en dat de batterijen van de andere zenders leeg waren gelopen door de kou. Na het ongeval werden deze noodpakketten niet meer verhuurd.

Oprichting Fjällsäkerhetsrådet

langlaufen in zweden
De huidige route tussen Lunndörr en Anaris loopt rond de boomgrens.

Na het tragische bergongeval kreeg de veiligheid in de bergen meer aandacht. De regering stelde een onderzoek in dat ertoe leidde dat de overheid de verantwoordelijkheid op zich nam voor de veiligheid in de bergen. In 1979 werd de Zweedse Fjällsäkerhetsrådet (Bergveiligheidsraad) opgericht, werden voorlichtingscampagnes gelanceerd, paden werden uitgebreid met schuilhutten en er kwamen meer noodtelefoons. Het Zweedse KNMI maakte lokale weersvoorspellingen voor de bergen. De winderige route tussen Lunndörren en de Anarisstugan werd verlegd naar een route langs de boomgrens aan de noordkant van het Anarisgebergte.

Er vinden nog steeds bergongevallen plaats

satellite messenger Garmin Inreach Explorer
De apparatuur voor gebruik bij noodgevallen is tegenwoordig veel beter

Ondanks betere apparatuur en informatie gebeuren er vandaag de dag nog steeds ongevallen. Dat komt vooral omdat er steeds meer mensen de bergen intrekken. In 2018 belandde een groep van een Zweedse buitensportorganisatie in een sneeuwstorm op weg van Lunndörrsstugan naar Vålåstugan, niet ver van de plek waar het Anarisongeval heeft plaatsgevonden. Drie deelnemers keerden terug naar de hut. De anderen gingen door, maar moesten schuilen voor de harde wind. Toen de bergreddingsdienst degenen in nood bereikte, was de duisternis gevallen. “De groep was ingesneeuwd en moest worden uitgegraven. Hun lichamen waren koud en nat en sommigen verkeerden in shock. Als ze daar de nacht hadden doorgebracht, zouden er volgens mij meerdere mensen zijn omgekomen,” zegt bergredder Latti Östlund die in Vålådalen woont. “We moeten bergwandelaars niet bang maken, maar van informatie voorzien die leidt tot verstandige keuzes,” zo stelt Per-Olov Wikberg. Hij is coördinator bij Fjällsäkerhetsrådet. “De meeste mensen die een bergwandeling maken, doen geweldige ervaringen op,” zegt hij.

Ter nagedachtenis aan degenen die zijn omgekomen, staat er een zilvergrijs houten kruis nabij de plek van het ongeval. Deze plek staat op geen enkele kaart ingetekend. Christer Almqvist, de enige overlevende, stierf in 2003.

Bovenstaande tekst is gebaseerd op een artikel in het STF-magazine Turist van november 2019.

Voor meer informatie over veiligheid in de bergen zie:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s