Snö

De eskimo’s staan erom bekend dat ze ontzettend veel woorden voor sneeuw hebben. Maar ook in Zweden kunnen ze er wat van. Hieronder een bloemlezing van Zweedse woorden voor verschillende vormen van sneeuw.

Blötsnö

Letterlijk: natte sneeuw. Kan vallen als het mild winterweer is. Ook reeds gevallen sneeuw die weer smelt. Goed om sneeuwpoppen mee te maken.

Skare

Een korst. Een bevroren laag bovenop het sneeuwdek. Hier kun je doorheen zakken, wat het voortbewegen heel zwaar maakt, of je kunt er bovenop blijven staan, wat het lopen over de sneeuw weer heel makkelijk maakt. Ski’s kunnen hier het verschil maken! Als de bevroren laag zo stevig is geworden dat deze een mens, paard of eland kan dragen wordt het “järnskare” genoemd, letterlijk: ijzeren korst.

Upplega

Sneeuw die in mooie, dikke lagen op de takken van de bomen ligt, als op een ansichtkaart.

Knarrsnö

Letterlijk: kraaksneeuw. Koude sneeuw die kraakt als je eroverheen loopt.

Klabbföre

Natte, ontdooide sneeuw bovenop het sneeuwdek, die aan de onderkant van je ski’s blijft plakken. Heel irritant!

Puder

Poeder dus. Droge, koude sneeuw die als een dun laagje op het land, of op oudere sneeuw ligt, en die makkelijk door de wind kan worden weggeblazen. Dit is niet de beroemde “poedersneeuw” die de toerskiërs zoeken. Dat noemen ze in Zweden dan weer “Kallsnö”, een koud en droog sneeuwdek.

Sockersnö

Letterlijk: suikersneeuw. Sneeuwkristallen binnenin het sneeuwdek die na verloop van tijd, door warmte of druk zijn getransformeerd tot ronde korrels.

Spårsnö

Vertaald als “spoorsneeuw”. Dit is verse sneeuw of weer door de dooi zachtgeworden sneeuw waar je goed diersporen in kunt zien.

Rimfrost

Wij noemen dit: rijp. IJskristallen die op planten of op het land zijn gevormd op plekken waar de lucht vochtig was en het is gaan vriezen in windstil weer.

Solsida

Letterlijk: de zonzijde. De zuidhelling van een berg. Daar ligt in de regel minder sneeuw dan de schaduwzijde. Die heet: bakland, letterlijk: “achterland”.

Lapphandskar

Kan worden vertaald als: “Samihandschoenen”. Grote, zachte sneeuwvlokken. Det snöar lapphandskar: Het sneeuwt Samihandschoenen.

Isbark

Als regen of ontdooide sneeuw bevriest tot een laag ijs op het land of op planten. Wij noemen dit ijzel.

Fällblöta

Een periode in het voorjaar waarin het sneeuwdek zo zacht is geworden dat je als je je ski’s niet aanhebt, er helemaal tot op de bodem doorheen zakt.

Snödrev/drevsnö

Wij noemen dat driftsneeuw of stuifsneeuw. De wind voert fijne, losse sneeuw mee van elders. De laag stuifsneeuw kan een paar centimeter hoog zijn, tot meters, waardoor je het gevoel hebt in een sneeuwstorm te zijn beland.

Hängdriva

Sneeuw die zich, nadat deze door de wind is meegevoerd, afzet aan de lijzijde van een steile helling. We noemen dat een overhang of sneeuwluifel. Dat is een lawinegevaarlijke situatie.

Barfläck

Letterlijk een kale plek. Een deel van het terrein dat blootgesteld is aan wind of zon, waar alle sneeuw is weggesmolten of -geblazen. Soms is zo’n plek groot genoeg om er een sneeuwvrije pauze te houden. Als er heel veel sneeuw is weggesmolten wordt dat in het Zweeds “barmark”, letterlijk “kaal terrein” genoemd.

Snöskred/lavin

Een lawine. Als een grote hoeveelheid sneeuw met hoge snelheid van een helling naar beneden komt.

Snölega/Snöfält

We noemen dat een sneeuwveld. Een plek waar de sneeuw tot in de zomer blijft liggen.

Snöbro

Een sneeuwbrug dus. Een dek of brug van sneeuw over een beek heen.

Dit is een vrije vertaling van een deel van het artikel Bevara vinterns vackra ord uit Turist nr 4, December 2021. Het blad Turist ontvang je een paar keer per jaar op papier als je lid bent van de STF. Turist is ook online te lezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s