Abisko – Kebnekaisefjällen – Narvikfjellene

< Terug naar Lapland

Deze streek beslaat de hooggebergteregio tussen de steden Kiruna (Zweden) en Narvik (Noorwegen), in het noorden begrensd door de weg E10 en de ertsspoorlijn tussen genoemde plaatsen, en in het zuiden door de meren Áhkájávrre/Langas. Het gebied is bezaaid met woeste bergketens zonder één overkoepelde naam. Aan de Noorse kant van de grens vind je de Narvikfjellene, de bergen van Narvik, woest en ledig, met als hoogte top de Storsteinsfjellet (1894 m). Het is een zeer ruig en verlaten, hoogalpien gebied. De pieken zijn er puntig en de wanden zijn er steil. De hogere delen zijn bezaaid met kleine gletsjers en alleen aan de uiterste randen van dit gebergte zul je bomen aantreffen. Aan de westzijde storten de berghellingen zich de zee in en vormen een deel van het fjordengebied. In het hart van de Narvikfjellene zul je geen vloeibaar water aantreffen in de winter, maar de invloed van de zee is merkbaar. Het is een streek waar het hard kan waaien en stevig kan sneeuwen. Gelukkig voor de toerlanglaufer worden de Narvikfjellene doorsneden door grote dalen en staan er enkele DNT-hutten in het gebied. Deze hutten zijn onbemand en voedsel is er niet verkrijgbaar. Tel daarbij op dat er geen gemarkeerde winterroutes zijn, en je komt al snel tot de conclusie dat Narvikfjellene een gebied is voor de meer ervaren toerlanglaufer.

Ten oosten hiervan, over de Zweedse grens, ligt Abisko, een klein nationaal park in een diep, bebost dal dat juist een mooiweergebied bij uitstek is: het ligt in de “schaduw” van de hoge bergen in het westen, die het slechte weer goeddeels tegenhouden. De vaak heldere luchten en zorgen ervoor dat het een populaire plek is om het noorderlicht te aanschouwen. De bergen om dit dal, de Alpen van Abisko, reiken tot boven de 1700 meter en zijn daarmee niet veel lager dat hun Noorse broeders, maar wel vriendelijker van karakter met rondere toppen en veelal iets minder steile hellingen. Gletsjers vind je nauwelijks in dit gebied ten gevolge van het stabielere klimaat. Een van meest karakteristieke Zweedse uitzichten tref je hier aan: Lapporten, de poort van Lapland, een U-vormig dal dat een prachtig silhouet vormt en vanuit de bewoonde wereld zichtbaar is.

Van Abisko naar het zuiden wordt het wederom hoogalpien: daar rijzen de toppen tot voor Lapland ongeëvenaarde hoogte. De Kebnekaise (ca. 2100 m) is de hoogte berg van Zweden. Enkele enorme dalen doorsnijden de massieven van Kebnekaisefjällen, bebost of geheel boven de boomgrens gelegen. Zelfs in het hart van het gebergte tref je doorgaande, hooggelegen dalen die, omringd door spectaculaire bergmassa’s, zeer begerenswaardig toerlanglaufterrein zijn. In het zuiden van deze streek ligt een deel van het nationaal park Stora Sjöfallet. Het gebied aan de Zweedse zijde van de grens is in tegenstelling tot het Noorse Narvikfjellene voorzien van een uitgebreid netwerk van veelal bemande en vaak van voedsel voorziene STF-hutten en een gemarkeerd winterroutenetwerk. Het bekendste pad van Zweden, Kungsleden, ligt hier, maar ook minder bezochte alternatieven zijn voorhanden.

In het noorden is deze streek toegankelijk vanuit enkele treinstations aan de spoorlijn naar Narvik die door de Artic Circle Train vanuit Stockholm bediend worden. Vooral het laatste deel van deze lijn, vanaf het Zweeds-Noorse grensgebied, vormt een zeer spectaculair traject. Bij station Abisko Turist ligt het STF-fjällstation van Abisko en aan de Noorse kant is het station Katterat, niet voorzien van een reguliere overnachtingsmogelijkheid, een optie om snel midden in de bergen te staan. Aan de oostkant is het gehucht Nikkaluokta, op een uurtje met de bus vanaf mijnwerkersstad Kiruna (treinstation), een uitstekende uitvalsbasis voor tochten in Kebnekaisefjällen. In het zuiden vind je de doodlopende weg van Gällivare (treinstation) naar Ritsem, dat bediend wordt door een bus. Vakkotavare is een STF-hutje aan het Kungsleden, gelegen langs de weg. In Ritsem is een bescheiden fjällstation.


Tochtmogelijkheden


Meer informatie

< Terug naar Lapland