Gebieden en tochten

Scandinavië is bijzonder geschikt voor het maken van toerlanglauftochten. Het hoogland is daar wijds en uitgestrekt, de dalen lang, breed en redelijk vlak. De hoogteverschillen zijn vergeleken met een hooggebergte als de Alpen veel geringer en de hellingen rondom de passen zijn veel minder steil. De bergen van het noorden zijn nauwelijks in cultuur gebracht en je kunt vrijwel overal gaan en staan waar je wil. Bovendien ligt er een goed netwerk van (gemarkeerde) winterroutes en berghutten.

Op basis van onze eigen ervaringen geven we voor een aantal gebieden in Scandinavië informatie over wat je daar kunt verwachten. We schetsen de algemene kenmerken van het gebied. Je leest hier ook hoe het gebied kunt bereiken en wat een goede plaats is om je tocht je beginnen en/of eindigen. Verder geven we per gebied tochtsuggesties. Zie ook de toelichting op de beschreven tochten.

In algemene zin kunnen we nog wijzen op de verschillen tussen landen als Noorwegen en Zweden. Zo worden in Zweden de winterroutes duidelijk gemarkeerd met rode kruizen, terwijl de Noren takken gebruiken die soms minder opvallen in het landschap. Hier kun je meer lezen over het plannen van je tocht en het navigeren in een winters landschap. Verder hebben beide landen een goed netwerk van berghutten, maar het type hutten en de faciliteiten in de hutten verschillen per land.

De meest populaire toerlanglauftocht is die over het Kungsleden (Koningspad) in Zweeds Lapland tussen Abisko en Nikkaluokta.


Beschreven gebieden