Padjelanta

< Terug naar Lapland

Padjelanta (Samisch: Badjelánnda, wat Het Hoge Land betekent) is een bijzonder gebied in Zweeds Lapland. Het is een uitgestrekte, boomloze hoogvlakte op zo’n 800-1000 meter hoogte. Dit gebied is bezaaid met kleinere en grotere heuvels en her en der liggen flinke bergmassieven met toppen tot boven de 1800 meter. Ook zijn er vele moerassen en meren, in de winter dichtgevroren. Centraal in het gebied liggen enkele enorme meren, waarvan Virihávrre het grootste is. Een groot deel van het plateau is uitgeroepen tot nationaal park. Het gebied dat we hier beschrijven bevat dit nationaal park als kern en loopt van het meer Áhkájávrre in het noorden tot het gehucht Kvikkjokk in het zuiden. Verder wordt het afgebakend door de Noors-Zweedse grens en het nationaal park Sarek.

Padjelanta is van groot belang voor de Samische rendierhouderij, die zich in de winter in beschuttere, lager gelegen gebieden afspeelt. Her en der liggen kleine Sami-nederzettingen die echter niet permanent bewoond zijn. Ook vind je af en toe (niet toegankelijke) hutjes van de Samische rendierhouders. Sneeuwscooterverkeer door Sami is toegestaan.

Padjelanta ligt ietwat beschut achter de bergen in het Noorse fjordengebied. Aan de oostkant rijst abrupt een enorm hooggebergte op: Sarek. Het nationaal park herbergt bijzonder veel plantensoorten voor een noordelijk berggebied. Op één soort na (de berk) verschuilen de planten zich in de winter onder een dik pak sneeuw. Omdat het Padjelanta-gebied hooggelegen is en weinig beschutting kent, kan het er spoken in de winter. Het is af te raden vóór maart het gebied te betreden.

Het gebied is aan de zuidkant toegankelijk vanuit Kvikkjokk (zie beschrijving Sarek) en in het noorden vanuit Ritsem. Ritsem is een fjällstation met slechts basale voorzieningen dat gelegen is aan het eind van de verharde weg langs het uitgestrekte meer Áhkájávrre/Langas, niet ver van een camping en een Sami-nederzetting. Het is met de bus bereikbaar vanuit Gällivare, een urenlange rit door steeds woester wordend gebied over een steeds smaller wordende weg. Het mijnwerkersstadje Gällivare is op zijn beurt bereikbaar per Arctic circle train vanuit Stockholm. In het zuidwesten is Padjelanta bereikbaar vanuit het Noorse dorpje Sulitjelma, maar hiervoor is een trektocht van een paar dagen nodig.

Er lopen twee doorgaande routes door Padjelanta die voorzien zijn van hutten op dagafstanden. Deze routes zijn slechts gedeeltelijk voorzien van markering. Binnen het park zijn geen wintermarkeringen en moet zelf een weg worden gezocht naar de volgende hut. Ten noorden en ten zuiden van het nationaal park worden deze hutten, zoals in de rest van Zweden, beheerd door de STF. Binnen de grenzen van het park staan een ander soort huttencomplexjes die door de Samische BLT worden beheerd. Bij deze ’s winters onbevoorrade hutten is slechts een (onbemand) winterverblijf geopend. Door de eenvoud van de hutjes, de afwezigheid van winterroutes en de uitdagingen die het navigeren op een winterse hoogvlakte met zich mee brengt, is dit gebied slechts geschikt voor gevorderden. Het plateau is ’s winters voor een groot deel eenvoudig toegankelijk voor wie een kampeeruitrusting bij zich heeft. Dat maakt het gebied bij uitstek geschikt voor een kampeertrekking, eventueel in combinatie met een tocht door Sarek.


Tochtmogelijkheden


Meer informatie

< Terug naar Lapland