Routeplanning en navigatie

Bij het maken van een toerlanglauftocht is het van essentieel belang dat je vooraf je route goed plant en dat je onderweg je weg kunt vinden in het landschap. Alles ligt onder een prachtige witte laag sneeuw en het kan daardoor soms lastig zijn je te oriënteren.

Het maken van een tochtplan

Wanneer je een gebied hebt uitgekozen waar je een toerlanglauftocht wilt maken, kun je een tochtplan maken. Het netwerk van gemarkeerde winterroutes vormt hiervoor een goede basis. Deze routes vind je op de kaart van het gebied. Voor Noorwegen vind je een goede digitale kaart met tochtmogelijkheden ook op ut.no, voor Zweden op naturkartan. Op de Zweedse kaart zijn de winterroutes aangeduid met een onderbroken donkerroze streepjeslijn en waar deze samenvalt met de zomerroute, met een ononderbroken lijn.

In Zweden zijn de winterroutes bijna altijd gemarkeerd met rode andreaskruizen. Deze staan er het hele jaar en steken boven de sneeuw uit. Ze zijn op een afstand van ca. 30 meter van elkaar geplaatst. Bij goed zicht kun je er wellicht tientallen tegelijk zien, in een sneeuwstorm kun je soms ternauwernood het volgende kruis onderscheiden.

navigeren met GPSIn Noorwegen gebruikt men stokken of takken om de winterroute tijdelijk te markeren. Deze worden in de loop van het seizoen geplaatst. Soms al begin maart, soms pas met Pasen. Via de lokale afdeling van Den Norske Turistforening kun je uitzoeken wanneer in jouw beoogde tochtgebied de markering wordt geplaatst. Meestal staat er om de circa tien meter een markering, zodat je ook in slechte omstandigheden steeds het volgende punt ziet en weet waar je heen moet. Het is echter belangrijk om ook steeds zelf te navigeren met een kaart, kompas en/of GPS. Soms is het zicht zo slecht dat je de markering niet kunt zien of is een tak weggewaaid en ontbreekt daardoor de markering.

Bij het maken van een tochtplan is het belangrijk om oog te hebben voor de mogelijkheden om eten te kopen onderweg. Afhankelijk van voor hoeveel dagen je eten mee wilt en kunt nemen, kan dit een van de randvoorwaarden zijn voor je tochtplan. Meer hierover lees je bij eten onderweg.

Een essentieel element van een goed tochtplan, is oog hebben voor je veiligheid:

  • hou rekening met de ervaring en conditie van jezelf en je reisgenoten
  • plan rust- en reservedagen in
  • vermijd lawinegevaar
  • zorg dat je weet waar en hoe je het gebied kunt verlaten
  • weet waar je kunt schuilen bij slecht weer.

Meer hierover lees je bij Risico’s en veiligheid.

Aanpassen van de route

Bij het bestuderen van de kaart, het zoeken naar informatie, het bekijken van het gebied in Google Earth of Garmin BaseCamp, kortom bij het voorbereiden van je tocht, leer je het gebied goed kennen. De praktijk leert dat je onderweg in staat moet zijn je tochtplan aan te kunnen passen aan de omstandigheden. De weersvooruitzichten, het langlauftempo, pech met het openbaar vervoer, of een mooi doorsteekje in het gebied kunnen bijvoorbeeld aanleiding geven je routeplan bij te stellen. Wanneer je je tocht goed hebt voorbereid, ken je de alternatieven en mogelijkheden in het gebied en kun je snel overschakelen op een ander plan.

Het is wijs om om de drie à vier dagen een rustdag in je tochtplan op te nemen. Aan het eind van je tocht kun je een reservedag opnemen. Toerlanglaufen is een inspannende bezigheid en het is belangrijk om onderweg de tijd te nemen om je lichaam te laten herstellen. Ook geven deze extra dagen je wat speling en ruimte om onderweg je tochtplan aan te passen aan de omstandigheden. Of om een mooie dagtocht naar een top te maken!

De kaart en het gebied ‘lezen’

In de winter kijk je door een andere bril naar de kaart dan in de zomer. Wanneer je in de zomer in de bergen wandelt, loop je meestal over de paden. Je route wordt begrenst door rivieren, meren, struiken, lastige rots-ondergrond, et cetera. In de winter is dat alles onder een laag sneeuw bedekt. Dat maakt dat je op je ski’s vaak een andere route kiest dan het zomerpad of dat je in de winter op een plek kunt komen die in de zomer onbereikbaar is.

Een helling met lastig blokkenterrein blijkt in de winter een ideale ondergrond om relaxed over naar beneden te glijden op je ski’s. In de zomer wandel je langs een klein paadje langs het meer, in de winter kies je juist voor een route dwars over de meren: dat is vlak en er is geen lawinegevaar. Een zigzagpaadje langs een steile helling omlaag is niet te doen op je ski’s, sterker nog, wellicht moet je de hele helling vermijden.

Door goed om je heen te kijken leer je het besneeuwde landschap te lezen. Door ervaring weet je op een gegeven moment dat er, op een bepaalde hoogte, aan een meer of rivier vaak berkenbosjes staan. En dat het, wanneer je van het “pad” af gaat, soms lastig kan zijn tussen de boompjes door te manoeuvreren met je ski’s aan. Dit soort zaken heeft grote invloed op de zwaarte van je tocht en past al dan niet bij de tocht die je voor ogen hebt.

Handige websites

www.ut.no 

naturkartan.se

www.svenskaturistforeningen.se


< Terug naar Uitrusting > Verder naar Risico’s & Veiligheid

Foto: Saar Langelaan