Samen, niet alleen

Ga niet alleen op pad. In geval van nood kan niemand je helpen, en in de winter zijn de marges veel kleiner. Vanuit veiligheidsoogpunt is een groepsgrootte van vier tot zes waarschijnlijk ideaal, dan heb je voldoende reserve-mankracht om elkaar te helpen in geval van een crisis.

Het risico van opsplitsen

Ben je op stap met een iets groter gezelschap, dan is het soms verleidelijk om onderweg de groep op te splitsen. De een is moe en wil graag zo snel mogelijk naar de hut, de anderen zouden nog wel een mooie omweg naar een pasje willen maken. Het gezelschap opsplitsen brengt risico’s met zich mee. Heeft elke subgroep navigatiemiddelen, schuilmogelijkheden, EHBO-spullen, en de juiste ervaring? Wellicht is dat niet nodig in de context van dat moment, maar hou als uitgangspunt dat je als groep bij elkaar blijft onderweg.

Tempoverschillen en pauzes

Door tempoverschillen tussen de groepsleden of kleine pauzemomentjes kunnen (grote) afstanden ontstaan onderweg; bespreek vooraf hoe je hiermee wil omgaan in alle omstandigheden. Je bent al heel snel buiten spreekafstand, ook bij ideaal weer. Zorg dat je met elkaar contact kunt blijven maken. Je kunt signalen afspreken om op afstand te kunnen doorgeven of je verwacht langer stil te staan of niet, of assistentie nodig hebt. Je bespreekt vooraf wanneer je gezamenlijk langere pauzes gaat houden, en je vermijdt (langer) stilstaan onderweg door die snack of dat waterflesje bij de hand te houden, en de kleding die je onderweg eventueel nodig denkt te hebben grijpklaar in dat makkelijk toegankelijke vak in je rugzak te hebben zitten.

Slecht weer: dicht bij elkaar

Zorg in ieder geval dat je nooit iemand van je groep kwijtraakt. In barre weersomstandigheden betekent dit, dat je altijd als één compacte groep loopt in een voor de langzaamste behapbaar tempo met een ervaren persoon voorop en een ervaren persoon achteraan, en dat je elkaar voortdurend in de gaten houdt.


< Terug naar Risico’s en Veiligheid > Verder naar De juiste uitrusting