Sarek

< Terug naar Lapland

Nationaal park Sarek staat bekend als het Alaska van Europa. Het is een afgelegen, woest hooggebergte in Zweeds Lapland. Veel wilder dan dit wordt het niet. Het hier beschreven gebied beslaat het hoogland tussen de grote meren Áhkájávrre/Langas in het noorden en Sakkat in het zuiden, inclusief het nationaal park Sarek en het eenvoudiger toegankelijke berggebied ten oosten hiervan.

Samen met de aangrenzende parken Padjelanta en Stora Sjöfallet is Sarek onderdeel van het grote UNESCO werelderfgoedgebied Laponia. Hier vind je messcherpe bergkammen, gletsjers, woeste bergbeken en toppen boven de 2000 meter. Na het Kebnekaise-gebied is Sarek het hoogste gebergte van heel Noord-Scandinavië. Dit gebied heeft echter een heel ander karakter dan het Kebnekaise-massief omdat het naast hoge bergen ook diepe, beboste dalen bevat, wat het een veelzijdig karakter geeft.

Een ander groot verschil met Kebnekaise is het ontbreken van vrijwel enige voorziening. In een gebied zo groot als de provincie Limburg vind je geen wegen, geen permanente bewoning, geen toeristenhutten, geen gemarkeerde winterroutes, een doodenkele schuilhut en precies één noodtelefoon. Een volledige wildernis is het niet: de Sami gebruiken het gebied voor de rendierhouderij en mogen de streek in het kader daarvan doorkruisen met sneeuwscooters.

Het gebied kan bogen op de grootste elanden van Zweden, maar ook bruine beren, veelvraten en lynxen komen hier voor. Incidenteel wordt het bezocht door een wolf. Een veelvoorkomende verschijning in het nationaal park is het alpensneeuwhoen. Voor het overige moet je het doen met vele diersporen en het gesnurk van beren in winterslaap.

Het klimaat in Sarek is in de winter buitengewoon bar te noemen door zeer lage temperaturen en veelvuldige stormen. Het is daarom absoluut af te raden het gebied vóór maart te betreden. Ook in de vriendelijker periode maart – april kan het er spoken en behoorlijk koud zijn.

Langs de langgerekte meren aan de randen van deze streek lopen wegen die het gebied enigszins ontsluiten en vind je toeristische voorzieningen. In het noorden kun je een bus pakken vanuit het stadje Gällivare (aan de treinlijn van de Arctic circle train vanuit Stockholm) waarmee je Saltoluokta fjällstation kunt bereiken. Deze honderd jaar oude, idyllisch aan de rand van de wildernis gelegen STF-berghut is absoluut de moeite van het overnachten waard. Een aanrader is het restaurant, waar je kunt genieten van lokale produkten en minder lokale, maar voortreffelijke wijnen in een klassiek Scandinavische sfeer. Saltoluokta is te bereiken vanaf bushalte Kebnats met een korte transfer per sneeuwscooter of een paar kilometer lopen via een gemarkeerde en veilige omweg over het meer Langas.

Westelijker stopt de bus bij de dam Suorva, een plek zonder voorzieningen maar met een tamelijk directe toegang tot het hart van Sarek. Aan het eindpunt van de weg ligt het fjällstation Ritsem (zie Padjelanta).Aan de zuidkant vind je Kvikkjokk, een gehucht aan het eind van de weg voorzien van een fjällstation dat een ultieme uitgangspositie geeft voor diverse toerlanglauftochten, via het dorp Jokkmokk per bus bereikbaar vanuit het treinstation Murjek (of Gällivare) op de lijn van de Arctic circle train. Houd rekening met een urenlange busrit, die overigens door prachtige besneeuwde landschappen voert en tijdens welke elanden en rendieren gespot kunnen worden.

Sarek bestaat uit een aantal voor de toerlanglaufer tamelijk ondoordringbare en bovendien lawinegevaarlijke hooggebergtemassieven gescheiden door brede, vlakke dalen die aflopen van west naar oost. Het hoofddal heet Rapadalen. De westelijke grote dalen liggen rond de 1000 meter hoog, wat voor Noord-Scandinavische begrippen aanzienlijk is. De dalbodems zijn gevuld met moerassen, meertjes en rivieren waardoor ze in de zomer lastig begaanbaar kunnen zijn. In ons favoriete seizoen is dit alles dichtgevroren en relatief eenvoudig toegankelijk. Tenminste, als je een tent meeneemt: Sarek is een ultiem gebied voor het maken van kampeertrektochten. Meer mensen weten dat. Om een of andere reden wordt het traject van Ritsem, via het dal Ruohtesvágge, het hoge deel van het Rapadalen en het dal westelijk van het Ähpár-massief richting Suorva relatief veel belopen. Buiten dit traject kom je maar zelden mensen tegen.

Bij het maken van een kampeertrektocht ligt een combinatie met het westelijker gelegen Padjelanta voor de hand, waar enige basale toeristische voorzieningen zijn in de winter.

Langs de oostelijke rand van Sarek loopt een minder bekend deel van het Kungsleden, met zijn hutten en routemarkering, een prachtige toerlanglauftocht. Het klimaat hier is vriendelijker dan in het hooggebergte van Sarek.


Enkele tochtmogelijkheden


Meer informatie

< Terug naar Lapland