Ski’s

< Terug naar Toerlanglaufski’s en andere uitrusting > Verder naar Waxski’s

Foto: Saar Langelaan

Toerlanglaufski’s dragen jou en je bagage eenvoudig over een stevige, natuurlijke sneeuwlaag via een vlak tot glooiend traject. Het rechtuit lopen kost weinig inspanning door de vorm van de ski, een flexibele schoen en het relatief lichte gewicht van de schoen-skicombinatie. Zelfs met een flinke laag poedersneeuw op een stevige ondergrond gaat het lopen heel gemakkelijk. De ski’s zijn echter minder geschikt voor serieuze afdalingen.

Toerlanglaufski’s zijn langer dan je eigen lichaamslengte en smaller dan alpine ski’s (maar breder dan langlaufski’s voor in de loipe). Op de bovenkant, in het midden, is een binding bevestigd waar je schoen in past. De onderkant van de ski is ietwat poreus en noemen we het belag (een Duits woord) en dit heeft twee functies: glijden en afzetten.

Spanning

Onbelast raken de ski’s alleen met hun uiteinden de grond. Ze hebben een bolling in het midden, waar de voet staat. Dit noemen we spanning. Sta je in neutrale houding op beide ski’s, dan zal de spanning het middengedeelte van het belag ietwat van de ondergrond af houden. Sta je in de “afzetstand” met een groot deel van je gewicht op één ski, dan druk je ook het midden van de ski stevig tegen de sneeuw. Dit middendeel van het belag is het afzetgedeelte van de ski; belast moet het grip creëren, onbelast moet het zo weinig mogelijk weerstand bieden. De manier waarop grip wordt gecreërd is zeer bepalend voor de eigenschappen van de ski. We maken onderscheid tussen waxski’s en schubbenski’s.

De voor- en achterkant van het belag zijn de glijgedeeltes. Deze raken altijd de sneeuw en dienen te glijden. De glijgedeelten zijn voor de tocht behandeld met glijwax, een waterafstotende laag die in het poreuze belag is binnengedrongen en zo langdurige bescherming biedt. We adviseren om tijdens de tocht minstens elke paar dagen een provisorische laag glijwax uit een flacon aan te brengen om de glijeigenschappen te behouden.

Passende ski

Zoals je een schoen in een aantal maten kunt kopen, heb je bij een toerlanglaufski keuze uit verschillende combinaties van lengte en spanning. De juiste “maat” ski moet door een expert worden aangemeten. Bepalend zijn je lichaamslengte en -gewicht. Ski’s met te lage spanning resulteren erin dat je probleemloos een helling oploopt, maar op het vlakke en in de afdaling glijdt iedereen je voorbij: je hebt te veel grip. Ski’s met te hoge spanning veroorzaken eveneens frustratie doordat het lastig is überhaupt grip te krijgen.

Taillering

Toerlanglaufski’s zijn in het midden, waar de voet staat, iets minder breed dan aan de uiteinden. We noemen dit de taillering (carving) van de ski. Hoe meer getailleerd, hoe beter bochtenwerk mogelijk is. Hoe minder getailleerd, hoe eenvoudiger rechtuit lopen is. Uiteindelijk is het ontwerp van de ski een compromis. De meeste toerlanglaufski’s zijn weinig getailleerd. We gaan vooral voor de kilometers!

Stalen kanten

Voor de beschreven tochten adviseren wij ski’s met volledige stalen kanten voor betere controle tijdens de afdaling.


< Terug naar Toerlanglaufski’s en andere uitrusting > Verder naar Waxski’s