Slecht weer

Een bekend Scandinavische spreekwoord luidt: slecht weer bestaat niet, maar slechte kleding wel. Het weer kan allesbepalend zijn op een toerlanglauftocht. Bij ongunstige weersomstandigheden maakt het nogal wat uit of je een gemarkeerde of ongemarkeerde route volgt. Bij harde tegenwind kan een dagetappe makkelijk twee keer zo lang duren. Wat weertypen op een rijtje.

Zware bewoking

Bij zware bewolking (en op een bewolkte dag tijdens de schemering) verdwijnt het contrast uit alles wat met sneeuw bedekt is. Er is geen licht of schaduw meer, er zijn geen vormen te onderscheiden. Dit betekent dat het landschap om je hem een egale, grijzig witte kleur aanneemt. Als je geen routemarkering of duidelijk, vers spoor volgt en als er geen stenen of struikjes boven de sneeuw uitsteken, wordt het verbazingwekkend lastig om te zien waar je je volgende stap neerzet. Je ziet geen afstanden en hellingen meer en kunt nietsvermoedend een steil hellinkje afkukelen. Het is lastig voorop lopen in een dergelijke situatie, al kan een GPS en goede voorbereiding helpen. Het tempo zal in ieder geval inzakken.

Whiteout

Als het verder dichttrekt en gaat sneeuwen kun je in een whiteout terecht komen. Bij een whiteout is er geen verschil meer te onderscheiden tussen grond (wit) en lucht (wit). Het is een bevreemdende ervaring; je kunt net zo goed je ogen dicht doen als je voorop gaat. Je ogen zullen wanhopig naar een vast punt gaan zoeken en snel moe worden. Loop je over een egaal vlakke ondergrond zoals een meer, dan is het buitengewoon lastig een rechte koers aan te houden. De oplossing is de navigator niet voorop te laten lopen. Iemand anders neemt de kop en de navigator gaat daar achteraan. De navigator begeleidt de voorste persoon door deze naar links of rechts te sturen. Communicatie op enige afstand is echter onmogelijk bij harde wind; je bent dan inmiddels in een sneeuwstorm terecht gekomen.

Sneeuwstorm

Tijdens een (sneeuw)storm met wind tegen wordt je wereld heel klein. Je zult elke vierkante centimeter van je lichaam moeten beschermen tegen wind en sneeuw om comfortabel te blijven. Als je skibril ook nog eens beslaat wordt het lastig iemand verder dan een paar meter te kunnen zien. Praten met elkaar wordt onmogelijk op hard schreeuwen in elkaars oor na, en dan alleen één op één. Dit zijn omstandigheden waar je je niet door wil laten overvallen, en waar je je niet in wil begeven. Heb je wind mee, dan is dit veel gunstiger en wellicht geen groot probleem.

Dooi en regen

Tijdelijke dooi, die vaak gepaard gaat met regen is erg oncomfortabel omdat nat (en dus koud) worden bijna onvermijdelijk is. Als het niet van de regen is, dan is het wel van het zweet binnen je regenpak. De voortgang kan zwaar worden als je niet op een veelbelopen pad loopt doordat de warmte en het water de harde laag van de sneeuw kapot maken, waardoor je plotseling wel tot je knieën kunt wegzakken. Tijdens een dooiaanval is het extra goed oppassen bij het lopen over meren of rivieren. Wijk in elk geval niet van de gemarkeerde route over het water af.

Extreme kou

Bij extreme kou, bijvoorbeeld -30°C, of bij harde wind tegen heb je eerder kans op bevriezingsverschijnselen, bijvoorbeeld aan de neus,  oren, vingers en tenen. Bescherm deze goed met (droge) kledingstukken en eventueel vaseline en hou verschijnselen die op bevriezing wijzen bij jezelf en elkaar in de gaten. Gelukkig zullen dat soort extreme temperaturen in het hoogseizoen zich zelden voordoen, en dan alleen in de ochtend bij windstil, zonnig weer.

Tips

Een bekende uitspraak is: avontuur is het gevolg van slechte planning. Het weer is niet altijd ideaal, en daar zul je op moeten anticiperen. Enige aanwijzingen op een rijtje.

  • Wees je bewust van het mogelijke weer in de periode dat jij een gebied bezoekt. In het algemeen geldt: hoe eerder in het seizoen, hoe groter de kans op (dagenlange) stormen en zeer lage temperaturen. Ook zijn de dagen dan kort.
  • Kies voor een tocht via een gemarkeerde winterroute, of kies bewust voor een tocht via een ongemarkeerde route als je de juiste ervaring en capaciteiten bezit. Neem in dat geval grotere marges in de planning en wees je bewust van kortere alternatieven het gebied uit.
  • Bouw marge in je tochtschema (en eetplan) die kan dienen als rustdag, of reservedag in geval van sneeuwstorm. Bijvoorbeeld, een rust/reservedag na elke vijf dagen, en bij een langere tocht nog een extra reservedag op het eind. In principe wil je altijd de optie hebben om bij een (voorspelde) sneeuwstorm de hut niet te hoeven verlaten.
  • Plan een tocht liever van west naar oost dan andersom, omdat de overheersende windrichting bij slecht weer vrijwel altijd westelijk is.
  • Blijf op de hoogte van de weersvoorspelling ter plekke. Het weer in de Scandinavische bergen is notoir onvoorspelbaar en verder dan één dag betrouwbaar vooruit kijken lukt de weermodellen nog niet. Idealiter krijg je elke ochtend een update van het weer van die dag. Deze informatie krijg je van een huttenwaard, de weer-app Yr.no als je een internetverbinding hebt, of een betrouwbaar communicatiemiddel zoals een satelliettelefoon en een ervaren thuisblijver die dagelijks een weerbericht doorgeeft. Heb je  enige weerkundekennis, dan kun je zelf op grond van je waarnemingen een voorspelling maken. Dat is dan een laatste redmiddel en een double check naast het weerbericht.

< Terug naar Risico’s en Veiligheid > Verder naar Een veilige route