Wat is toerlanglaufen?

Toerlanglaufen hoort bij Scandinavië zoals fietsen bij Nederland hoort. Het is een oervorm van het skiën, een manier om je efficiënt door het besneeuwde hoogland van het Noorden te verplaatsen. Aan het eind van de lange winter, traditioneel in de periode rond Pasen, maken veel Noren, Zweden en Finnen, van jong tot oud, meerdaagse tochten door de bossen en bergen van hut naar hut.

Uitrusting en techniek

Toerlanglaufen doe je met behulp van speciale toerlanglaufski’s, schoenen, stokken en stijgvellen. De ski’s zijn langer dan je eigen lichaamslengte en zijn nauwelijks getailleerd (gecarved). Ze zijn geschikt om met relatief weinig inspanning lange afstanden te kunnen afleggen over een vlak tot heuvelachtig traject. De ski’s hebben meestal stalen kanten en er zit spanning in: een bolling in het midden. De onderkant van de ski bestaat uit een glijgedeelte voor en achter, en in het midden een afzetgedeelte. Door je gewicht te verplaatsen kun je afwisselend afzetten en glijden.

Toerlanglaufschoenen zijn te vergelijken met stevige wandelschoenen. Uitsluitend de neus van de schoen is met een binding bevestigd aan de ski. Hierdoor kun je een natuurlijke loopbeweging maken. Het voortbewegen op ski’s noemen we dan ook lopen.

De gebruikte stokken zijn korte langlaufstokken of telescopische wandelstokken, altijd voorzien van diepsneeuwtellers. In een klim kun je gebruik maken van korte of lange stijgvellen. Je bagage vervoer je in een rugzak of, bij uitzondering, in een slede (pulka). De basistechniek van het toerlanglaufen is eenvoudig aan te leren. Afhankelijk van de gekozen ski’s, de hellingshoek van het terrein, de sneeuwcondities, de wind en het zicht kan het lopen een uitdaging zijn. Ook voor toerlanglaufen geldt: oefening baart kunst.

Langlaufen of toerskiën?

Toerlanglaufen lijkt oppervlakkig op (klassiek) langlaufen, maar is iets heel anders. Het langlaufen is in feite een sportieve doorontwikkeling van het toerlanglaufen. Je langlauft op geprepareerde loipes waardoor de omstandigheden veel eenvormiger zijn. De uitrusting is daarop aangepast en is vergeleken met die van het toerlanglaufen veel lichter uitgevoerd en gericht op snelheid. Om een hoge snelheid te bereiken zul je een scala aan specifieke technieken moeten leren. Niet iedere langlaufer heeft dat overigens begrepen. Langlaufen doe je meestal in de vorm van een korte tocht van een paar uur tot een dag. Waar de klassieke langlauftechniek in de parallelle sporen nog overeenkomsten vertoont met het toerlanglaufen, doet de moderne sportieve techniek skating dat veel minder.

Toerlanglaufen en toerskiën lijken op meer elkaar. Bij beide maak je door ongerept berglandschap tochten, vaak van hut naar hut. Maar er zijn wel belangrijke verschillen. Bij toerlanglaufen is het terrein niet zo steil en lawinegevaarlijke plekken worden vermeden. Bij toerskiën zoek je juist de hoge toppen en de uitdagende berghellingen op waarbij je je in lawinegevaarlijk terrein begeeft. Schoenen, bindingen en toerski’s zijn zwaar uitgevoerd. De ski’s zijn korter en getailleerd en de bindingen zorgen ervoor dat de gehele schoen vastzit aan de ski tijdens de afdaling. Dat geeft veel controle en maakt je zeer wendbaar, wat nodig is op een steile helling.

Ook het telemarken lijkt in de verte op toerlanglaufen, maar is gericht op de uitdagende afdaling.

Eenvoudig en zelfstandig

De hutten onderweg zijn mogelijk zeer eenvoudig. Er is geen kraan of stromend water, geen centrale verwarming of elektriciteit, en het toilet is een plank met een gat erin in een koud hokje op enige afstand van de leefhut. Je verplaatst jezelf op ski’s van hut naar hut via de aangewezen route en draagt alles mee wat je nodig hebt. Uiteraard kun je ook dagtochten maken vanuit een hut. De winterroutes tussen de hutten volgen in principe de makkelijkste weg door de bergen. Dit betekent in de praktijk dat je vaak door een (hooggelegen) dal loopt waarbij je je tussen de dalen verplaatst via (eenvoudige) bergpassen. Natuurlijk kun je het zo uitdagend maken als bij jou en je uitrusting past.

Een toerlanglauftocht speelt zich in principe af in een afgelegen, onbewoond gebied. De dichtstbijzijnde weg kan dagen lopen zijn en mobiel bereik heb je bijna nergens. Begrijpen waar je aan begint, de juiste spullen meenemen, een goed tochtplan hebben en je onderweg zelfstandig kunnen redden in zeer uiteenlopende omstandigheden zijn essentiële aspecten van een toerlanglauftocht. Eén ding is eenvoudig: als je een gemarkeerde winterroutes volgt, speelt lawinegevaar geen rol bij deze vorm van wintersport.

Toerlanglaufbestemmingen

Toerlanglauftochten maak je bij uitstek in Scandinavië. Het hoogland is daar wijds en uitgestrekt, de dalen lang, breed en redelijk vlak. De hoogteverschillen zijn vergeleken met een hooggebergte als de Alpen veel geringer en de hellingen rondom de passen zijn veel minder steil. De bergen van het noorden zijn nauwelijks in cultuur gebracht en je kunt vrijwel overal gaan en staan waar je wil.

Het maken van een toerlanglauftocht in de Alpen is praktisch onmogelijk. De hellingen zijn er veel te steil en waar het vlak is en je zou kunnen lopen, ligt een dorp, een weiland of een weg. Hooguit kun je een dagtochtje maken op toerlanglaufski’s. Hetzelfde geldt voor veel andere (sneeuwzekere) hoog- en middelgebergtes in Europa.

Natuurlijk kun je ook in afgelegen gebieden buiten Europa een toerlanglauftocht maken. Te denken valt aan Noord-Amerika of Siberië. Ook het oversteken van de Groenlandse ijskap of een tocht naar de Zuidpool kun je doen met toerlanglaufuitrusting, maar dat zijn natuurlijk echte expedities.

What’s in a name?

Het toerlanglaufen wordt buiten Scandinavië weinig beoefend en het is een beetje zoeken naar de juiste naamgeving. In het Nederlands wordt ook wel de spelwijze tourlanglaufen gehanteerd. Ook wordt wel de Amerikaanse term backcountry skiing gebruikt (niet te verwarren met cross-country skiiing: langlaufen). De meest passende Engelstalige term is echter Nordic ski touring. Ski touring betekent dan weer toerskiën, al wordt het woord in Engelstalige Scandinavische websites ook gebruikt voor toerlanglaufen.

> Verder naar Je eerste toerlanglauftocht