Weer, Klimaat en Reisperiode

Om te kunnen toerlanglaufen heb je, uiteraard, sneeuw nodig. De sneeuwcondities hangen af van het gebied waar je heen gaat en de periode waarin je reist. Verder kunnen de sneeuwhoogtes en sneeuwcondities natuurlijk van jaar tot jaar verschillen. In de Alpen is sneeuwzekerheid tegenwoordig een punt van zorg. In Scandinavië is sneeuwzekerheid gegarandeerd. Maar er is wel héél veel winter midden in de winter. Het idee is wellicht even wennen, maar maart en april zijn de juiste maanden om een toerlanglauftocht te maken.

Bij het plannen van je tocht is het belangrijk om na te gaan wanneer de accommodaties die je wilt gebruiken open gaan (en weer sluiten). In Scandinavië gaan de meeste bemande hutten bijvoorbeeld pas rond maart open, als het in Nederland al voorjaar wordt.

Aan het begin van het seizoen, eind februari of begin maart, zijn de dagen kort. Zeker wanneer je een tocht in Lapland maakt, zul je dat merken. Ook is er aan het begin van het seizoen meer kans op slecht weer zoals (dagenlange) sneeuwstormen en harde wind. De temperaturen kunnen extreem laag zijn.

Vanaf half maart worden de dagen snel langer. Natuurlijk, het kan nog steeds stormen, er kan nog steeds veel verse sneeuw vallen, het kan nog steeds dagenlang bewolkt zijn, en -30°C is nog steeds een mogelijkheid, maar langzaamaan wordt het voorjaar in de bergen. Typisch is het overdag tussen de 0 en -10°C en valt er weinig sneeuw meer. Dat is een uitstekende periode voor een toerlanglauftocht.

Rond Pasen is het hoogseizoen in de Scandinavische sneeuw. Het is de Noorse en Zweedse volkssport om er in die periode lekker op uit te trekken naar de bergen. In het Paasweekend zelf zijn de hutten vaak overvol. Er is een slaapplek voor iedereen, maar soms is dat improviseren en slaap je op de grond.

Na Pasen komt de zomer steeds dichterbij. Het wordt warmer en zonniger, het weer is vaak prachtig en de dagen heel lang. In de bergen ligt nog lange tijd genoeg sneeuw om een mooie tocht te kunnen maken. Wanneer het ’s nachts nog wel vriest, maar er geen verse sneeuw meer valt en het overdag begint te dooien, wordt de sneeuw ijzig. Dat is (afhankelijk van je ski’s) welllicht geen optimale ondergrond voor het toerlanglaufen. Als je over bevroren meren of rivieren wilt langlaufen, moet je er op bedacht zijn dat het ijs onder de sneeuw ook zwakker kan worden. Rond eind april wordt het daarom tijd om de ski’s weer in de zomerwax te zetten.

Weerstatistieken

Yr.nolanglauften in noorwegen is de website van de Noorse omroep NRK en het Noorse Meteorologische Instituut en het is dé weersite voor Scandinavië. Deze website kun je gebruiken om de weersvoorspellingen voor jouw bestemming in de gaten te houden. Je kunt echter ook de weerstatistieken van je bestemming opzoeken. Klik daarvoor op “statistics” (in de Engelse versie). Dit kan je helpen om een beeld te krijgen van de mogelijke weersomstandigheden in het gebied in een bepaalde periode. Uiteraard verschillen de omstandigheden van jaar tot jaar.

Noorderlicht

Het noorderlicht is een natuurverschijnsel dat tot de verbeelding spreekt. De lucht wordt groen, er bewegen lichtgordijnen door de lucht, langzaam trekt er een gloed over de bergen. Hoe verder je naar het noorden gaat, hoe groter de kans dat je het ziet. Rond 69° noorderbreedte komt het het vaakst voor. Het noorderlicht is alleen goed zichtbaar bij echte duisternis, dus wanneer de maan niet schijnt. Uiteraard mag het niet bewolkt zijn. De winter met zijn lange donkere nachten is bij uitstek het seizoen om het noorderlicht te aanschouwen. Ga vooral ’s avonds voor het slapen gaan nog dik aangekleed de hut uit en laat je ogen aan de duisternis wennen. Wie weet krijg je een mooie bonus bij je toerlanglauftocht!

Handige websites:

www.yr.no

http://www.aurora-service.eu/

In ons blog door weer en wind gaan we dieper op het thema wind in, zodat je in staat bent om je een beeld te vormen van wat de temperatuur en windsnelheid in het weerbericht praktisch betekenen.


< Terug naar Je eerste toerlanglauftocht > Verder naar Huttenleven